Over mij

Volgens Plato speelt schoonheid een rol in het verlangen naar een hogere wereld. Dat herken ik. In mijn werk hoop ik altijd iets te vangen van het onzichtbare en onzegbare. Vergankelijkheid en nostalgie, het besef dat alles uiteindelijk niet heel of bij elkaar te houden is, spelen een essentiële rol in mijn beleving en werk. De lichte melancholie -die mij eigen is- schijnt erdoorheen. Om Lieke Marsman te citeren: ‘We verheffen onze stem om het zinloze te overschreeuwen’. Misschien doe ik dat wel door te schilderen…

Als ik aan nieuw werk begin, vormt zich onder mijn handen langzaam maar zeker iets dat me, al is het soms moeizaam, de weg wijst. De ene keer met een appèl op de ratio, de andere keer op de emotie. In elk stadium voer ik een constante dialoog met wat zich op het doek bevindt – elke vierkante centimeter vindt stap voor stap zijn plek binnen het grotere geheel.

Door de jaren heen heeft mijn werk zich voortdurend ontwikkeld. Lange tijd stond het omgaan met menselijk lijden centraal: the art of coping. Ik schilderde vanuit mijn ervaring als therapeut in de geestelijke gezondheidszorg, waar ik jarenlang werd geconfronteerd met vele vormen van lijden en onrecht, en daarnaast vanuit enkele persoonlijke, diepgevoelde verliezen en de rouw die daarop volgde.
Deze ervaring veranderde toen mijn werk als therapeut stopte en ik de Camino naar Santiago liep. Er volgde een omkeer; ik ervoer een innerlijke drang om organische vormen te schilderen, geïnspireerd door de natuur, met meer gebruik van kleur en materiaal. Wie me daarbij ook inspireerden, zijn Robin Wall Kimmerer, die in haar boek Braiding Sweetgrass uitweidt over het samenleven tussen de mens en de natuur gebaseerd op wederzijds geven, in plaats van eenzijdig nemen, economisch gewin en controle en eveneens de schrijver en mysticus Thomas Merton (1915-1968). Hij wijst erop dat de natuur een levend geheimenis is en hoe stilte, eenvoud en aandacht ons kunnen openen voor het diepe geheimenis dat in al het levende is en ons de weg wijst naar het transcendente.
Ik vat de natuur ook op als een metafoor voor het vergankelijke, het verstrijken van de tijd, schoonheid in al zijn vormen, verval en daaruit voortkomend nieuw leven.

Al deze aspecten neem ik mee in mijn verbeelding op doek en tegelijkertijd – en misschien moet ik wel zeggen bovenal – is het altijd een poging door te dringen tot iets van ’the Great Beyond’ (Leonard Cohen); dat wat voorbij de woorden en de beelden ligt en waar we, als we geluk hebben, soms heel even en vluchtig aan kunnen tippen.
Ik geef mijn huidige werk de overkoepelende titel ‘poëtische bespiegelingen van de natuur’ en zoek te verbeelden middels min of meer geabstraheerde vormen die meervoudig te duiden zijn, waarbij ik uiteenlopende materialen en technieken gebruik. Ook qua formaat is mijn werk divers.
Ik beperk mij in het onderwerp tot vegetatie en wat daar direct mee samenhangt.

Ik hoop een enkele toeschouwer mee te kunnen nemen in de verwondering, in de transcendentie en naar diepere lagen van wederkerigheid.